Pootaardappelen

 

Verschil kleine maat pootaardappelen / grote maat pootaardappelen

U hebt keuze tussen kleine maat pootaardappelen (28/35 of 28/40) en grote maat pootaardappelen (35/50 of 35/45). Over het algemeen kiezen consumenten voor de kleine maat en professionele telers voor de grote maat.

De reden is als volgt:

  • Kleine maat pootgoed: Geeft minder scheuten, dus minder aardappelen, maar wel grotere aardappelen. Dit is eenvoudiger om te schillen en heeft daarom de voorkeur voor de consument.
  • Grote maat pootgoed: Geeft meer scheuten, dus meer (ietwat kleinere) aardappelen. Over het algemeen is de opbrengst in kilo’s van grote maat hoger, waardoor meer interessant voor professionele telers.

Bij deze instructie gaan we uit van de kleine maat pootaardappelen, aangezien de professionele telers zelf wel weten hoe ze aardappelen moeten telen.

 

Wanneer pootaardappelen poten

Vroege plantaardappelen kun je vanaf maart poten. Dit is uiteraard wel afhankelijk van het weer. Onderstaande kun je als richtlijn aanhouden:

  • Vroege aardappelen poten van begin maart tot half april. Oogsten na ca. 90 dagen
  • Middenvroege aardappelen poten van half maart tot eind april. Oogsten na ca. 100 dagen
  • Late aardappelen poten van begin april tot eind mei. Oogsten na ca. 120 dagen

Vroege aardappelen hebben het minst last van ziektes, aangezien deze veelal later in het seizoen optreden.

Als je pootaardappelen voorkiemt (4 weken voor planten in het licht zetten en op kamertemperatuur brengen, zodat ze korte, paarse scheuten krijgen) zijn de aardappels ongeveer 2 weken eerder oogstbaar.

 

Stap 1 (grond gereed maken)

Planten pootaardappelen

 

 

– Voor het poten de grond frezen, zodat deze rul is wat het makkelijker maakt om te poten.

– Maak met een touwtje of een lijnentrekker lijnen op het land, om rechte lijnen te krijgen met gelijke afstanden.

 

 

 

 

Stap 2 (gaten maken)

plantafstand

 

– De afstand tussen de gaten bedraagt ca. 40 cm.

– De afstand tussen de rijen bedraagt ca. 60 cm.

– Maak gaten of geulen van ca. 10 cm diep.

 

 

 

 

Stap 3 (aardappelen poten)

aardappelen poten

 

 

– Plant de pootaardappelen met de scheut omhoog.

– Je hebt 1 kg pootaardappelen nodig voor ca. 10 m2.

 

 

 

 

Stap 4 (ruggen maken / aanaarden)

Aanwallen

 

– Ca. 6 weken na het planten schuif je steeds meer grond tegen de plant aan (dit kan met behulp van een tuinfrees). Zo maakt de aardappel meer ondergrondse stengels aan, wordt het water beter afgevoerd, warmt de aarde beter op en worden de aardappels niet groen.

 

 

 

 

 

Stap 5 (aardappelen spuiten)

Aardappels spuiten

 

– Na ca. 10 weken moeten de aardappels voor het eerst gespoten worden tegen aardappelziekte (Phythophtora) en de Coloradokevers. Beiden kun je met een mengsel met één keer spuiten bestrijden.

– Het spuiten van de aardappels moet vervolgens om de 10 dagen gedaan worden (bij niet resistente aardappelsoorten)

 

 

 

 

Stap 6 (aardappelen rooien)

aardappelen rooien

 

– Oogsten kan met vroege aardappelen al vanaf juni (na 10-12 weken), afhankelijk van het weer

– Voorgekiemde aardappelen zullen enkele weken vroeger zijn

– Als je geen machine hebt kun je het beste rooien met een riek (drietand, zie foto). Je steekt de riek achter de plant en ‘schept’ als het ware de aardappelplant naar boven.